Lhasa naar Kathmandu

Lhasa - Sera Klooster Gisteren verscholen we ons in een internetcafe voor een van de eerste Monsoon buien in Nepal. Het hing in de donkere lucht, de regen. Dikke natte wolken boven ons en later donder en bliksem. Vanaf ons hostel aan het meer in Pokhara konden we ‘s avonds nog lang nagenieten van het schouwspel boven ons.
Nu verschuilen we ons voor de hitte onder een ventilator, alweer een internetcafe. Lina was gisteren zo slim om per ongeluk de powerknop in te drukken zonder tussendoor te saven. Beginnersfoutje…

De laatste blog is al weer lang geleden. Laten we terug in de tijd gaan, terug naar Tibet.

Tibet ruikt en proeft anders. We lopen in Lhasa met de pelgrims mee door de smalle straten van het Barkhor. In een constant tempo zwaaien de pelgrims in de ene arm hun gebedsmolen kloksgewijs rond en met hun andere hand de 108 tellende kralenketting. Sommigen glimlachen vriendelijk of begroeten ons met een luid “Tashi Delek”, wat hallo betekent. Anderen zijn diep verzonken- haast in trance- in gebed. “Om Mani Padme Hum” horen we soms zacht en hoe dichter we bij het Jokhang (belangrijke Boeddhistische tempel) komen, des te duidelijk wordt de spirituele overgave van deze Lhasa - Sera Klooster 2mensen. We zien hier pelgrims die duidelijk van ver zijn gekomen. Een jongen ziet er totaal uitgeput uit. In zijn handen twee blokken hout waarmee hij over de grond schuift in de richting van het Jokhang. Zijn hoofd ziet zwart van vuil en eelt maar niets lijkt zijn reis te kunnen stoppen.
We lopen verder met deze pelgrims, langs kraampjes vol yakboter, Tibetaans brood en vlees wat nog bewerkt moet worden. Langs monniken die mantra’s zingen, langs een groep Chinese politieagenten…
Het “Om Mani Padme Hum,” wat iets als ‘heil voor de juweel in de lotus’ betekent, wordt steeds luider. We wandelen een piep klein klooster binnen met een grote binnenplaats. Even zijn we bang dat we anti-klokwijs naar binnen wandelen, maar een vriendelijke monnik wenkt ons verder. Al snel begrijpen we waar het mediterende gezang vandaan komt: binnen zitten honderden pelgrims, nog steeds biddend, dichtbij elkaar op de grond. Iedereen met eenzelfde doel in de ogen.

De avonden vullen we door muziek te maken en verhalen te delen met andere reizigers in een sfeervol klein barretje in Lhasa.

Onze ‘agenda’ staat al snel vol afspraken. We ontmoeten Gyantsen Legshai, een monnik van het Sera klooster die ons Lhasa - Small Barveel over het Boeddhisme leert en ons meeneemt naar de English Corner, een vrijwilligersproject om Tibetanen Engels te leren. Twee keer per week helpen we hier mee en kletsen we met Tibetanen met prachtige namen. Gyantsen geeft ons ook Tibetaanse namen: Gunga Thun Drop voor Sjoerd en Zenden Drolgar voor Lina.
In een restaurantje waar we vaak heerlijke Tibetaanse noodles en momo’s eten blijven we vaak hangen en doen we een poging de jonge meisjes die er werken Engels te leren. Het is leuk om te zien hoe snel ze vooruit gaan.

Als we op een ochtend om zes uur ‘s ochtends met een pelgrimbus vertrekken naar het Gandenklooster een paar uur verderop in de vallei is het nog ijskoud. Daar aangekomen merken we voor het eerst de kenmerken van hoogteziekte. Buiten adem, licht in je hoofd en met een beetje hoofdpijn komen we bij het klooster aan. We drinken yakboterthee in de kamer van Tenzin, een monnik die we via via kennen. Yakboterthee is echt yak en we doen pogingen beleefd de zure kaasachtige drank weg te krijgen. Zonder succes. Tenzin schiet in de lach als hij onze gezichten ziet. “You don’t like yakbuttertea”, leest hij van onze Lhasa - Small Bar 2gezichten. Eerlijk geven we toe dat het niet voor ons is weggelegd.
Op de weg terug een oude pelgrim die telkens als het Ganden klooster weer in het zicht komt intensief begint te bidden. Hij kijkt gelukkig maar is ontroerd en blijft bidden tot het klooster helemaal uit het zicht is verdwenen. Waarschijnlijk is het de eerste en de laatste keer dat hij deze reis af zal leggen.

Ook wij hebben het moelijk als we afscheid moeten nemen van Gyantsen, Tashi Lhamo, Jam Pe, Bezo, Kesa, Thun Drun en alle andere mensen die we ontmoet hebben tijdens ons korte bezoek aan Lhasa. We vertrekken voor een vijfdaagse jeeptocht die ons zal leiden langs Gyantse, Shigatse, Latse, Everest Base Camp en Tingri om vervolgens de grensoversteek naar Nepal te maken.
Onze chauffeur Tashi is fantastisch. Hij kan weinig Engels maar heeft altijd een grote grijns op zijn gezicht en een geweldige muzieksmaak. De Tibetaanse deuntjes hebben we zelfs nu nog vaak in ons hoofd. De landschappen en uitzichten zijn fantastisch, zo uitgestrekt en puur. Klein minpuntje aan de tocht is het Chinese leger. Een Free Tibet protestactie op Everest Basecamp de dag van ons vertrek zorgde verscherping en aanpassing van Lhasa 1veel regels. Zo was iedereen plotseling verplicht om naast een chauffeur ook een Engelse gids te hebben. Toch komen we, met gids en zonder enige reden bij een van de checkpoints vijf uur vast te zitten en laten ze ons pas weer gaan als de zon al lang achter de hemel is verdwenen.

Bij de eerste controle worden alle paspoorten ingenomen en komen ze ook allemaal weer terug, behalve die van Lina. Waarom alleen die van Lina? Dat is nog steeds een raadsel. Gevolg zijn ondervragingen, weer alle paspoorten checken, weer alles terug, weer ondervragingen, weer alle paspoorten inleveren, weer allemaal terug…Dit herhaalt zich tig keer tot nu ook die van Sjoerd ook niet terugkomt. Dan beweren ze dat onze permits niet kloppen. Zorgelijke blikken maar ja, we kunnen nergens heen zonder paspoort. De andere jeeps rijden door om nog voor het donker in een dorpje aan te komen.
Wij zitten ergens in ‘the middle of nowhere’, in de kou tussen kaarsen op een hoogte van 4700 meter en kunnen niet weg. Grrrr. Om de boel op te vrolijken zet Lina Tibetaanse muziek uit de auto op, wat geen slimme zet was. De gids draait de volumeknop meteen uit Lhasa 2en vertelt ons later dat het deuntje over de Chinese bezetting ging. Ondertussen hebben de chauffeur en gids hun papieren in moeten leveren en krijgen we geen hoogte van de militair die druk aan het telefoneren is. Hij zegt dat hij wacht op een telefoontje van een hoge officier. Hmm, er zit niets anders op dan wachten, maar opkomende hoogteziekte en vermoeiheid bevorderen de sfeer niet. Dan rond middernacht mogen we plotseling gaan, zomaar en de militair kan het niet laten om, voordat hij onze paspoorten teruggeeft, “We welcome you back in China,” te zeggen. We houden ons stil en lopen weg. Later horen we dat de eerste orde van Foreign Affairs was ons direct naar de grens te sturen en dat later een hoge officier besloten heeft ons toch door te laten, met de mededeling dat we maar een dag op Everest Basecamp mogen zijn.
Dit achter de rug, gaat onze reis verder. Het gevolg is dat we genoodzaakt zijn midden in de nacht door te rijden naar het tentenkamp voor Everest Basecamp. Uitgeput komen we aan en vallen onder vier gigantische dekens in een diepe slaap.
Een paar uur slapen later stappen we uit de tent en lijkt Lhasa 3‘het dak van de wereld’ alles van die dag ervoor doen vergeten. Wat een uitzicht! Zelfs de foto’s zeggen niet genoeg. Het is een bijzondere ervaring als we tweehonderd meter hoger op Everest Basecamp zijn. Door hoogteziekte houden we het er niet heel lang uit maar het is een fantastisch gevoel daar te zijn. We zien een gespierde fitte man poseren voor camera’s, misschien net terug van een geslaagde expeditie. Een andere groep lijkt zich klaar te maken voor vertrek. Een Sherpa rent achter een aantal yaks aan…Wow, we zijn echt waar we zijn!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *