Beste iedereen,

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een blog heb geschreven. Ik vrees dat ik het een en ander vergeten ben. Iets wat ik niet in mijn vorige blog gezet heb maar wel leuk is om te weten is dat ik op weg naar de grens met Pakistan voor het eerst een tuktuk bestuurd heb. Mijn laatste ochtend in Amritsar gebruik ik om een monumentaal gebied te bezichten. Het is een herdenking voor een massamoord die de Britse kolomisten hebben gepleegd op de bijwooners van een vreedzame onafhankelijkheidsprotest. Honderden levens zijn die dag verloren gegaan. De kogelgaten zitten nog in de muur. Het kost mij even deze plek te vinden en op de weg erna toe slenter ik over felgekleurde bazasrs. De rest van de dag blijf ik binnen. Ik ruil een groot gedeelte van mijn Kyats met een andere reiziger en probeer onder het toezicht van een vers afgestudeerde yogajuf op mijn hoofd te staan. Samen met de Chinese Owen wordt ik naar het busstation gebracht. Het hostel heeft als het goed is een bed in een aircoloze bus voor mij geregeld. Ik en Owen, die een zitplaats met airco heeft, hebben geen kaartje gekregen. De busman vraagt of wij vrienden zijn en wil ons één aircobed laten delen. Ik ben geen dikkertje maar 60cm breedte met zijn tweeën gaat geen goed nachtje worden. Ik maak duidelijk dat ik een heel bed wil en met een Indiase portie moeite lukt het mij een twijfelaar achter in de airco bus te regelen voor mij en Owen. De volgende dag in Delhi ben ik doodop maar weet ik wel wat meer over het leven in China. Ik regel een treinkaartje voor aankomende nacht naar Varanasi en hang de rest van de dag rond het treinstation in Pahrganj. Ik neem een halfuurtje ayuverdische massage, eet zo nu en dan wat en doe het nodig vervang- en regelwerk. De zon is moordend en ik vlucht een paar keet stiekem naar de toeristentreinservice voor de airco. Uit verveling doe ik alsof ik net ben aangekomen in Delhi zodat een tout mij probeert op te lichten. Ik heb veel verhalen gehoord van onschuldige reizigers die op deze plek verleid worden kapitalen uit te geven aan een georganiseerde reis en wil zelf uittesten hoe dit in zijn werk gaat. Na een lange, hete en moeizame dag sta ik boven op een loopbrug over het station en kijk ik samen met de avondzon uit over Delhi. Een euforisch momentje. Als de trein wegrijdt zie ik een man langs het spoor poepen. Na de treinreis kom ik ‘s ochtends aan in Varanasi. Ik neem een tuktuk naar een wijk met veel guesthouses maar het lukt mij niet er eentje met gedeelde slaapzaal te vinden. Iets wat ik als soloreiziger prettig vind met oog op de gezelligheid. Nadat ik talloze slaapplekken heb bekeken eindig ik in een gelikt hostel, de enige plek met andere gasten. Ik ontbijt met een praatgrage man samen die mij wat heeft rondgeleid. De 6 ruppee aloo paranthas zijn zeker niet slecht. Na mijn eerste douche in meer dan twee dagen neem ik wat tijd om bij te komen. In het hostel bekijk ik de bollywood film ‘three idiots’. Een humoristische film die kritiek uit op de enorme sociale druk op studenten. De film zit vol verrassingen en zorgt er af en toe voor dat ik een brok in mijn keel heb. Een aanrader. In de avond bekijk ik de Ganga Aarthi samen met de Amerikaanse Maya, dit is een ritueel met vuur, speciale geuren en geluiden om de rivier te eren. In de avonden bij de ghats, trappen naar de Ganges, wordt ik bedwelmd door de magie van India. Tijdens de Ganga Aarthi zitten wij op een verhoging. Onder ons wordt een jongen met blote bast van in de twintig door vijf andere in elkaar geslagen. Af en toe geeft een man een slag met een stok. Het is India dus binnen de kortste keren bemoeien veertig andere zich met de kwestie. He gevecht gaat uiteindelijk door en verplaatst zich tot op
Een paar meter afstand van de heilig ceremonie. Een tijdje later staat het ‘slachtoffer’, die waarschijnlijk iets goed verkeerd heeft gedaan, samen met de daders en de politie te praten. Op de terug weg ontmoeten Maya en ik een hele charismatische oude man bij de Ghats, Shiv Shakti. Wij volgen hem naar zijn huis. Als ik met mijn ogen knipper staat hij boven aan de ghat. Wij moeten moeite doen hem bij te houden. Hij is een leermeester en zijn oprechte vrolijkheid en bewonderingswaardige fitheid overtuigen ons de volgende dag terug te komen voor traditionele yoga meditatie. Vlak voor wij vertrekken kom ik met mijn vingers tussen de ventilator. Het bloeden is gauw gestopt maar Shiv Shakti staat erop dat ik ter plekke een tetanusinjectie neem. Ik denk dat het meer kwaad dan goed gaat doen en overtuig hem dat het niet nodig is. De les de volgende dag bestaat vooral uit ideologie en filosofie, heel leerzaam al zet ik bij sommige uitspraken mijn vraagtekens. Na wat zoute yoghurt zoeken wij de schaduw op in het guesthouse. Ik regel een wachtlijstplek voor de trein naar Gorakhpur. Als ik India wil verlaten zonder dikke boete en een hoop gezeik in verband met mijn visum moet ik deze trein nemen. Varanasi heeft een hele hoge concentratie straatkoeien die de smalle steegjes vullen en als wc gebruiken. De steegjes zelf ontnemen je binnen de korste keren elk gevoel van richting. Als ik door de steegjes loop bevindt zich boven mijn hoofd een wirwar van elektriciteitskabels die ik wel eens een vonkenregen heb zien afgeven. Wat verder van de ghats lopen brede straten gevuld met luid toeterend Indiaas verkeer. Straathonden, baba’s en drugsdealers maken het plaatje compleet. Het is een vermoeiende maar ook speciale en betoverende plek. Na het treinstation laat ik mij in een kamikaze rikshaw naar een wijk brengen vol kraampjes en winkels. Vanaf daar vindt ik mijn weg naar een crematie ghat. Om bevrijd te worden uit de eeuwige circkel van reïncarnatie laten Hindoes zich hier drie uur lang op houtvuur cremeren. Een surrealistische gezicht. In sari’s ingepakte lichamen op brandenstapels. Het vuur van Shiva brand hier al 3500 jaar nonstop. Als ik in het hostel aan kom ben ik op. Ik slaap heel oncomfortabel. De volgende dag is mijn laatste dag in Varanasi en ik voel mij ellendig. Misschien is het iets van een zonnesteek. Ik heb pijnscheuten in mijn hoofd, last van misselijkheid en geen eetlust. Ik had de stad graag in de vroege ochtend vol bedrijvigheid bij de rivier gezien maar dat laat de gezondheid niet toe. Ik heb een slechte dag uitgekozen om ziek te zijn. Ik moet de nachttrein zonder bed nemen vannacht en heb nog wat klusjes te doen. Voor een Nepalees visum heb ik Amerikaanse dollars en pasfoto’s nodig. De hele dag in bed blijven, iets wat heel verstandig zou zijn, is niet mogelijk. Het is een dagtaak. Sommige winkels zijn dicht en dollar voor Ruppee is moeilijker dan omgekeerd. In de pasfotozaak wordt met een digitale camara een close-up gemaakt die waarschijnlijk niet eens aan de helft van de Europese standaarden voldoet. Als ik een paar uur later de foto’s kom halen heeft de man de achtergrond wit gephotoshopt. Het ziet er
Wat onrealistisch uit. De man is duidelijk trots als ik zijn kunsten bekijk, ik uit mijn bewondering met mijn wenkbrauwen en een hoofdwiebel. Mijn avondeten bestaat uit een paar bladerdeegsnacks. Ik loop terug langs de ghats in het donker tot ik bij een ander crematie gaht kom. Ik meen een hoofd te kunnen ontwaren in de vlammen maar weet tot op de dag vandaag niet of dat fantasie is. Ik bekijk een hindoetempel aan de Ganges. Het gerinkel van bellen en de geur van wierook maken dat het voelt als een andere wereld. De tempel lijkt heel oud en is gevuld met allemaal kleine donkere kamertjes met Hindoegoden. Ik spot een muis en een kakkerlak binnen. Nadat ik poeder op mijn voorhoofd en een bloemenkrans om mijn nek heb gekregen verlaat ik dit godshuis. Ik maak lol met wat leuke jochies net buiten de tempel. Zelfs nu mijn lichaam zich slecht voelt maakt de avond aan de oever van de Ganges met de oranje volle maan boven de zandvlakte aan de andere kant dat iets heel erg diep in mij tot rust komt. Ik haal mijn tas op en dood wat tijd in het hostel. Ik ben op tijd op het treinstation maar dat kan niet van de trein gezegd worden. In plaats van half één arriveert deze kwart voor drie. Ik slaap een halfuurtje op het station maar ben bang de hele trein te missen. De trein is heel druk dus vouw ik mezelf op in het halletje waar je de trein binnenkomt. Ik slaap op mijn tas terwijl verschillende vreemde lichamen op de mijne rusten. Niet de ideale condities als je ziek bent maar het is niet anders. Als het al licht is wordt ik wakker en de trein is veel rustiger. Er is een bedje voor mij vrij waar ik de laatste uurtjes tuk. De dag erna voel ik mij tegen verwachting in beter dan de vorige dag. Ik vind zonder problemen de bus naar de grens en werk gauw een klein ontbijtje naar binnen. Ik zit het grootste gedeelte van de drie uur durende reis met mijn grote tas op schoot te genieten van mijn muziek. De grens gaat soepeltjes. Ik krijg een stempeltje aan de Indiase kant en wandel door het stoffige dorpje Nepal binnen. Mijn pasfoto en de dollars worden geaccepteerd en het visum prijkt nu in mijn paspoort. Ik vind een werkende pinautomaat. Een hele opluchting na Myanmar. Zoals altijd kan ik ervan genieten een nieuw land binnen te komen. Een nieuwe taal, nieuwe mensen en een nieuwe cultuur. India was geweldig en ik ga haar ongetwijfeld missen maar ergens ben ik blij dat ik het land verlaat. Ik heb een soort haat-liefde relatie met de plek. Ik sta het eerste uur in Nepal nog in de Indiase modus: de intuïtie draait overuren en alle informatie die ik krijg neem ik met drie korreltjes zout. Ik eet lunch en hang wat rond in het dorpje bij de grens. Er gaan bussen naar Pokhara, de op één na grootste van de twee steden in Nepal en de uitvalsbasis voor trektochten in de Annapurna regio. Met de normale lokale bussen doe je zes uur over de, pak hem beet, tweehonderd kilometer. Maar door mijn treinvertraging zijn de enige rechtstreekse bussen overnachtbussen. Deze bussen doen er tot wel elf uur over en ik weet van horen zeggen dat dat absoluut geen pretje is. Ik neem een rikshaw naar het volgende, iets grotere, dorpje. Als ik achterop de riskhaw zit bemerk ik het contrast met India. Nepal is veel relaxer, meer shanti. De beste omschrijving vind ik het Engelse woord laidback (achterover leunen). In de eerste plaats waarschijnlijk door dat het niet zo idioot dichtbevolkt is. Ik drink een kopje chiha, de Nepali vertaling van chai, en koop een busticket naar Tansen. Aangeraden door mensen op het internet. Ik koop de ticket van een man die in een verkeersongeluk bijna zijn sjaakie is verloren en nu nauwelijks kan lopen. Als ik wacht op de bus kleurt de lucht donkergrijs. Het kwik maakt een duikvlucht naar beneden en even later begint een zandstorm. Als ik in de bus zit begint het goed te regenen. Natuurlijke kou is een sensatie die mijn lichaam lange tijd niet gevoelt heeft. Het enige wat een beetje in de buurt komt zijn de
Cameron Highlands in Maleisië, drie maanden terug. Ik vind het heerlijk. In Zuid-Oost Azië heb ik een boek gelezen dat ik in een tweedehands winkel bij de nieuwmarkt gevonden heb. Het is geschreven door een man die de Monsoon volgt door India. Hij beschrijft het gevoel dat je krijgt en de verandering die iedereen ondergaat als de regen losbarst. Precies zo voel ik mij in de bus. De metreologische wedergeboorte brengt een glimlach op mijn gezicht. In de bus wordt goed voor mij gezorgd. Ik krijg steeds een goed plekje als dat vrij is. In de meeste landen waar ik te gast ben krijg ik een voorkeursbehandeling. Dat doen wij in Nederland toch wat anders. De busrit is een van de beste tot nu toe. In de overvolle bus wordt Zuid-Aziatische muziek gedraaid en samen met twee vrolijke jongetjes een eindje verderop ben ik aan het swingen. De rest van de passagiers vindt het heel vermakelijk. Daarna maken we een tocht door de heuvels. Gelukkig rijdt de chauffeur langzaam, vanaf mijn plekje bij het raam kan ik soms recht naar beneden de afgrond in kijken. Ik bevriend de man naast mij die bij een paar huisjes in de middle of nowhere uitstapt. Vroeg in de avond kom ik aan in Tansen. Een wat groter dorpje naar Nepalese maatstaven, in Nederland zou het heel klein zijn. Het is in de heuvels gebouwd. Ik bekijk diverse hotels en guesthouses. Voor een aanrader van de buskaartverkoper klim ik een steil straatje op voor een paar honderd meter en heb meteen last van zeurende bovenbenen. Dat wordt nog wat met trekking. Uiteindelijk eindig ik in hotel Tansen. Een simpel kamertje met één groot pluspunt: een heel dik dekbed. Zonder avondeten ga ik naar bed. Ik ben natuurlijk nog steeds ziekjes. Ik slaap heel erg diep. Het is wat kouder ‘s avonds en het gewicht van het dekbed is heerlijk. Als ik in de ochtend wakker wordt voel ik dat ik aan de beterende hand ben. Ik moet lang wachten op mijn ontbijt maar de flinke portie traditioneel Nepalees eten is heerlijk. Vaak moet ik terug denken aan iets wat João vlak voor ik weg ging tegen mijn zei, iets in de trant van: ‘Dan zitten wij in de ochtend snel wat cornflakes naar binnen te werken en zit jij te chillen in het zonnetje met een gigantische rijsttafel’. Een waarheid als een bus. Het zonnetje is er in de ochtend zeker en als ik een wandeling maak is het best heet. Ik was eigenlijk van plan vandaag naar Pokhara te reizen maar de bussen staken en ik kan een rustdagje goed gebruiken. Kan ik eindelijk eens mijn blog schrijven. Boven in het dorp zit ik een tijdje naast een hele leuke man als het weer betrekt. In zijn huis, waar drie generaties wonen, halen we een paraplu. In een korte tussenstop bij het huis van vriend sla ik een half coladopje door moeders gestookte rijstwijn achterover. Hierna beklimmen wij een heuvel en gaan naar een uitkijkpost. De naaldbomen ruiken bekend en brengen oude herinneringen naar boven. Ik begin mij weer wat ziek en moe te voelen en keer terug naar Hotel Tansen. Ik doe voor het eerst een middagdutje. Ik haal avondeten bij het restaurant waar ik ook heb ontbeten. De eigenaar is fantastisch. Ik heb in de ochtend een tijdje met hem gepraat en nu ouwehoeren wij verder. Ik leer wat nieuwe dingen over Hindoeïsme en we praten over heksen. Ik krijg Nepali les, leer hoe ik Toerkalie (groenten op zijn Nepalees, met onder andere gebakken sesam en hennepzaad) moet maken en proef wat streekgerechten. Gedroogd suikerrietsap is verwennerij. Ook
Zijn kinderen zijn hele leuke mensen. Het is nu bijna half elf. Ik ga dit blog online zetten en tandenpoetsen en dan verdwijn ik onder het dikke dekbed. Hopelijk lekker dromen over alle leuke dingen die mij nog te wachten staan in dit land dat mij zo fantastisch ontvangen heeft.

Liefs,

Klaas

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.